CompetitieOpen Langedijker Kampioenschap

Biljartetiquette

Onder biljartetiquette verstaan we de wijze, waarop de spelers, de arbiters en de niet-spelende clubleden zich gedragen. Niet alleen tegenover tegenstanders en de spelers, maar ook ten opzichte van het materiaal en (voor spelers en arbiters) het publiek. Het noemen van verschillende punten leidt automatisch tot het vinden van diverse andere zaken, die hieronder kunnen worden begrepen.

HorlogesAFklein

SPELER
1. Leg het krijtje nimmer met de krijtkant op de rand van het biljart. Niet alleen de omlijsting, maar ook de kleding wordt hierdoor vuil.
2. Gebruik een krijtje regelmatig, d.w.z. zonder dat door het krijten een gat in het krijtje ontstaat. “Veeg” het krijtje op de pomerans, ZONDER daarbij de zijkant van de pomerans of het ivoren dopje te raken.
3. Ga op de daarvoor gereserveerde stoel zitten, als de tegenstander aan stoot is. Ga in geen geval tussen de biljarts staan.
4. Maak in het gezichtsveld van de tegenstander geen gebaren, die deze kunnen irriteren.
5. Stel U voor aan tegenstander en arbiter voor de partij en bedank na afloop van de partij arbiter en schrijver. Feliciteer na afloop de tegenstander, als deze heeft gewonnen.
6. Een biljart is om op te biljarten – niet om op te zitten!
7. Rook niet, als U aan stoot bent.
8. Kijk, waar U loopt. Hinder de speler op een andere tafel niet en wacht even, tot deze klaar is met stoten.

ARBITER
1. Sta niet met de handen in de zakken.
2. Annonceer de getelde caramboles verstaanbaar: niet mompelen of fluisteren, maar duidelijk tellen.
3. Leun niet tegen het biljart.
4. Loop de speler niet in de weg. Houd ook rekening met de speler op een naastgelegen biljart.
5. Pak de ballen niet op met de volle hand. Gebruik bijvoorbeeld een schone zakdoek.
6. Rook niet, terwijl U arbitreert.
7. Stel U voor aan de spelers, voor de partij begint en wens hen een prettige partij.
8. Maak geen op- of aanmerkingen over het spel of de spelers.
9. Zie erop toe, dat biljart en ballen schoon zijn voor een partij.

TOESCHOUWER
1. Toon belangstelling voor het spel van clubleden. U vindt het ook prettig, als belangstelling wordt getoond voor Uw partij.
2. Een rustig gedrag in clublokaal of wedstrijdzaal is vereist.
3. Loop niet rond tussen de biljarts.
4. Bemoei U niet met spel, spelers of arbiter. Maak geen op- of aanmerkingen op wie dan ook. Beperk U tot een waardend applaus bij een mooie stoot – voor iedere speler.